Ingezonden

Ingezonden: ‘Oude Vlag’

Mijn moeder maakte mij wakker. Ik had niet in mijn bed geplast. Ik plaste al tijden in mijn bed vanwege de overvliegend bommenwerpers richting Duitsland en het afweergeschut van de Werf gericht op de “Tommy’s”, zo werden de Engelsen en Amerikanen genoemd.

Mijn moeder nam me op en zette mij voor het slaapkamerraam. In de Havikstraat hing het rood-wit-blauw uitbundig te wapperen. Geen minuut later kwam een Lancaster laag overvliegen. Ik dook weg, want vliegtuigen en bommen waren synoniem, voor mijn 5 jarig begrip.

Onze vlag werd uit de gangkast gehaald en in de zojuist door mijn vader aangebrachte vlaggenstokhouder gezet. In de oorlog mocht je geen vlaggenstokhouder aan de muur hebben van de Duitsers, hoorde ik van mijn vader.

Er stonden door de hele straat een soort erebogen van groene guirlandes voor de ingangen van de tuintjes, sommige met oranje lampjes. Er stond verderop in de richting van de Ooievaarstraat een draaiorgel zijn ‘bevrijdingsjubel’ uit te schallen. Ik werd in een, door mijn moeder van ver voor de oorlog bewaard, matrozenpakje met korte broek en kousen met sjarratels en matrozenpet gehesen; ik moest even later dansen bij het orgel, tot mijn groot verdriet en grote vreugde van mijn moeder. Zoiets vergeet en vergeef je nooit.

Ik herinner me ook nog dat er tijdens een dansfeest in de Koningstraat een vrouwwerd weggesleurd om kaalgeknipt te worden. Al was ik nog maar vijf, ik vond het verschrikkelijk. Het geweld van de ‘goede Hollanders’ en het gegil blijft me altijd bij.

In onze straat was het intussen feest; mijn vader was in de oorlog in Duitsland in de oorlogsindustrie tewerkgesteld, twee keer ontsnapt, een keer teruggehaald. De tweede keer vanwege zware bombardementen van het noorden van Duitsland, Hamburg was volkomen plat, is hij niet meer opgehaald en ondergedoken in Friesland bij mijn oma. Mijn moeder en ik waren daar ook, de Duitsers hadden de bevolking van Den Helder voor zover ik weet geëvacueerd omdat de Engelsen zware bombardementen uitvoerden.

Mijn vader stond in de avond met een groot pistool, gejat van de Duiters, lichtkogels de lucht in te schieten om de bevrijding te vieren. Hij was al een tijdje bij de Binnenlandse Strijdkrachten gedetacheerd als bewaker bij Fort Erfprins. Hij bewaakte daar, naar ik hem hoorde zeggen, onder andere Zwolsman, bunkerbouwer, die hij graag in minder riante omstandigheden had bewaakt. Zelfs in die tijd gold dat als je geld had je er nog wat beter bij kon zitten.

Hij bewaakte ook het vrouwenkamp, waar hij op een gegeven moment zogenaamde ‘goede Hollanders’ vandaan heeft gejaagd die de vrouwen iets wilden aandoen, zacht gezegd. Dit kwam ons later duur te staan: De ‘heren’ kwamen een week later, mijn vader was er niet, het
door de vrouwen als dank geschonken lampenkapje en bedje en wat kleine spullen en van ons eigen huisraad en lichtpistool, onder bedreiging van stenguns, ophalen.

Ik hoorde later dat de leider van dat groepje in de oorlog ook niet zo’n mooi spel speelde. Er was een man bij die ons zei dat ie dit eigenlijk niet wilde; hij wees met een veelbetekenende blik op de leider van het groepje. Bang? Ik vond hem toen zo aardig dat ik van mijn moeders schoot, de kamer in rende en aanwees waar mijn vader zijn lichtpistool verborg. Die namen ze toen natuurlijk ook mee, en lieten onze radio maar staan.

Ik ben tweeëntachtig en nu ik de oude vlag met z’n mottengaten in mijn handen heb en zo dadelijk halfstok in de vlaggenstokhouder steek. Er zit nog veel meer in mijn kop, maar even wil het niet meer.

Ingezonden door Rein Wentink (82) uit Leiderdorp

Toon meer

Gastauteur (Ingezonden)

Bovenstaand bericht is van de hand van een gastauteur. Het betreft een aan de redactie ingezonden artikel. De redactie van Regio Noordkop is niet verantwoordelijk voor de inhoud van dit bericht. Meer info via hoofdredactie@regionoordkop.nl

Wellicht ook interessant

Back to top button