Column: Inclusie is een moeilijk woord

De raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling boog zich deze week over de Lokale Inclusie Agenda. Over het toegankelijker maken van de samenleving. Volgens mij had niemand het echt door, maar wat ik heb gezien was een discussie van ruim een uur waarin iedereen het over iets anders had, maar het toch met elkaar eens was. Een kenmerkend voorbeeld van de manier waarop er door de lokale overheid onvoldoende aandacht wordt besteed aan een zorgvuldige conceptualisering, wat ertoe leidt dat volksvertegenwoordigers gedoemd zijn om de plank volledig mis te slaan.

De algemene opvatting is dat inclusie in het openbaar bestuur specifiek gaat over het creeëren van een samenleving waarin mensen met een fysieke- of een verstandelijke beperking volledig mee kunnen doen. Bijvoorbeeld door de rolstoelvriendelijkheid te verbeteren en voldoende dagbestedingen te bieden. Dit is ook waar internationaal gezien de Lokale Inclusie Agenda over gaat: Het is ontstaan uit het VN verdrag Handicap, over de rechten van mensen met een beperking of een chronische ziekte. De gemeente Den Helder heeft er, net als vele andere gemeenten overigens, na raadselachtige overwegingen voor gekozen om sociale marginalisering ook maar even mee te nemen onder het kopje inclusie. Dan krijg je dus dit:

“Beperking is een breed begrip. Het kan gaan om zichtbare en niet-zichtbare beperkingen op gebied van laag inkomen, leeftijd, seksuele voorkeur, etniciteit, geestelijke en lichamelijke beperking, laaggeletterden enz.”

Alsof we weer een eeuw terug zijn in de tijd. Ik hoef toch niemand uit te leggen dat het noemen van etniciteit en seksuele voorkeur in een lijstje met beperkingen niet kan? Niet alleen omdat je ergens toch beweert dat homoseksualiteit een beperking is, er klopt ook gewoon helemaal niks van. Een etniciteit zorgt niet voor obstakels in het dagelijks leven, zoals bij een fysieke beperking. De intolerantie van de ontvangende maatschappij doet dit. De hele essentie van sociale- en politieke identiteit ten aanzien van het oorspronkelijke idee van de Inclusie Agenda is zo inherent anders dat het totaal geen zin heeft om ze ook maar ergens op dezelfde manier te behandelen. Het insinueert dat diversiteit, net als bijvoorbeeld een fysieke handicap, voor belemmeringen zorgt die moeten worden opgelost.

En ja, beperking is inderdaad een breed begrip, maar dat is nu juist de reden om dan goed uit te leggen wat je ermee bedoelt. Het noemen van voorbeelden is niet hetzelfde als het definiëren van een begrip. Ik kan zelf wel gaan invullen wat er bedoelt wordt. Ik neem aan dat het idee is dat mensen met bepaalde sociale kenmerken belemmeringen ervaren door een intolerante omgeving. Maar het feit dat er in het document helemaal geen ruimte is om die complexe systemen van uitsluiting uit te leggen en dat ik het hier nog eens zelf moet doen bewijst al dat ze er niet horen te staan.

Het gebrek aan nuance maakt dan ook dat er in de commissievergadering bizarre argumenten werden gegeven die op geen enkele manier te maken hebben met het onderwerp van inclusie. Bijvoorbeeld De Stadspartij, die het nodig vond om herhaaldelijk te benoemen dat er toch zoveel overlast van GGZ patiënten is. Dat je bij beleid over inclusiviteit met argumenten over totaal het tegenovergestelde kan komen laat wel zien hoe goed eenieder de materie begrijpt. Inclusie is door een gebrek aan conceptualisering in Den Helder nu zo breed geworden dat er een document is ontstaan dat zoveel behelst dat het eigenlijk nergens iets zinnigs over te melden heeft.

Het komt niet verder dan: Er moet bewustzijn worden gekweekt bij de inwoners en het eigen personeel. Maar bewustzijn waarvan? Er is niet eens benoemd waar de pijnpunten liggen. We weten zelfs nog niet eens wat inclusiviteit betekent. Waarom doen minderheidsgroepen nu dan niet mee? Wie zijn de mensen die zorgen voor uitsluiting? Er zijn eindeloze studies over hele specifieke vormen van discriminatie en uitsluiting, maar de lokale overheid gaat er wel even blind aanstaan. Hebben we het nu serieus over discriminatie tegen hele bevolkingsgroepen en het realiseren van openbare toiletten in hetzelfde beleidsdocument?

Het stuk, waar de goede intenties wel vanaf druipen, kan eigenlijk gelijk de prullenbak in. Het is alsof iemand allemaal muurtjes heeft gebouwd op een ondergrond van zand, zonder eerst een fundering te maken. Ik durf er geld op in te zetten dat als ik twintig betrokkenen vraag om een definitie van het begrip inclusie, dat ik dan twintig verschillende antwoorden krijg.

Mobiele versie afsluiten