ColumnDen Helder

Column: Slechtnieuwsgesprek

Na een paar weken bestuurlijke stilstand vanwege het zomerreces had het Helderse college maar liefst één hele dag nodig om weer slecht nieuws naar buiten te brengen. En hoe kan het ook anders, dat nieuws ging over het stadhuisplan.

Als kers op de taart zouden de wethouders ons in dezelfde week ook verblijden met een nieuw, maar wederom bedroevend inkijkje in de affaire met de “voormalig gebruiker van Middenweg 172-174”. En zie daar, het Helderse-hoofpijn-dossier-kwartetspel werd verder compleet gemaakt met nieuws over de Duitse winkelketen Aldi en vragen over onkruidproblematiek. Het leek alsof iemand bang was dat deze kwesties door het reces langzaam aan onze collectieve aandacht zouden ontsnappen en ons daarom allemaal even bij de les wilde houden: “Niet vergeten he! Die dossiers lopen nog steeds!”

Helaas, nu kon ik ze weer niet vergeten. En toegegeven, door het op te schrijven vervul ik ook een rol in dit constante bombardement van ons netvlies met dezelfde paar onderwerpen. Een grotere in ieder geval dan de meeste mensen, die de stukken over het stadhuis inmiddels al lang niet meer aanklikken. Je raakt toch een keer verzadigd met nutteloze dossierkennis. Enkelingen raken zelfs zo verzadigd dat ze nergens anders meer aan kunnen denken, waardoor het voor hen opeens noodzakelijk lijkt om opmerkingen over deze voortslepende toestanden op totaal irrelevante momenten hoorbaar te maken. Apart hoe dat werkt.

Mijn reactie is geheel anders, ik krijg bijna medelijden met sommige wethouders. Nu ben ik zelf niet zo gevoelig voor harde kritiek. Ik luister er best naar, maar het verbaast me eigenlijk nooit. Als je veel bezig bent met zelfreflectie en beschikt over een redelijke mate van zelfspot heb je eigenlijk alle opmerkingen van een ander ook al wel eens zelf bedacht. Maar toch, elke keer weer naar buiten moeten treden met het volgende negatieve bericht: “Ja sorry jongens ik heb het weer niet goed gedaan. Nee weet ik, ik zei eerst dit maar het werd toch dat.” Ik zou misschien toch aan mezelf gaan twijfelen. Overigens bestaat er een negatieve correlatie tussen de verantwoordelijkheid die iemand draagt en de hoeveelheid zelfspot die hen vergeven wordt.

Een wethouder heeft het dus echt wel lastig wat dat betreft. De fouten onder een vergrootglas, al het harde werk aan onzichtbare zaken wordt, zoals veel onzichtbare dingen, niet gezien. Je kunt er niet voor kiezen om het hoofdpijndossier een keer niet aan te klikken omdat je verzadigd bent. Nee, je komt terug van vakantie en twee dagen later wordt je alweer geconfronteerd met het eerste te voeren slechtnieuwsgesprek. Je komt dan niet weg met zelfspot: “Haha ja jeetje wat stom he, weer 2 miljoen te weinig begroot. Ik had ook een vier voor wiskunde vroeger.” Neen, wethouder zijn vraagt nu eenmaal halsstarrigheid en tolereert geen knipogen.

Al zijn sommige bestuurders wel heel goed in de slechtnieuwsgesprekken. De zin: “We hebben er alles aan gedaan maar het mocht niet baten” komt om onbekende reden geloofwaardiger uit sommige monden dan anderen. Mensen verschillen nu eenmaal in de mate waarin hun gezicht als sympathiek wordt ervaren. Ik zit zelf ook aan de lagere kant van dat spectrum. Dan kom je vaak net iets minder goed over en lijken goedbedoelde opmerkingen opeens een steek onder water. Mijn medelijden voor deze wethouders wordt dus ook aangevuld met herkenning. Stel jezelf daarom eerst de vraag: Heeft die wethouder het nu echt fout gedaan, of straalt zijn gezicht dat gewoon uit?

Toon meer

Stijn Vos

Stijn Vos is werkzaam als politiek verslaggever bij Regio Noordkop. E-mail: stijn@regionoordkop.nl

Wellicht ook interessant

Back to top button