Den HelderPolitiek

Experiment GGZ en gemeente Den Helder een pleidooi voor het universeel basisinkomen?

In gesprek met voormalig Europarlementariër Alexander de Roo en promovendus Josette Daemen

Den Helder – Drie jaar lang ontvingen veertien cliënten van GGZ Noord-Holland Noord, veelal met meervoudige problematiek, geld van de gemeente Den Helder. Daar hoefden ze niks voor te doen. De deelnemers ervaarden een toename in hun kwaliteit van leven. Het delictrisico nam af en sommige deelnemers raakten uit het sociaal isolement. Volgens Alexander de Roo, voormalig Europarlementariër en medeoprichter van GroenLinks, zijn experimenten als deze een goede manier om misvattingen over het universeel basisinkomen uit de wereld te helpen. Politiek filosoof Josette Daemen, verbonden aan de Universiteit Leiden, vraagt zich af of een pilot met kwetsbare inwoners wel echt meer inzichten biedt en waarschuwt voor de nadelen van dergelijke experimenten.

Het maandelijkse inkomen van de veertien deelnemers werd gedurende drie jaar aangevuld tot €1.350,- per maand. De hoogte van de extra uitkering hing dus af van het oorspronkelijke inkomen. Het laagste maandbedrag was €89,-, het hoogste maandbedrag was €414,-. Omdat de deelnemers voor deelname aan de pilot veelal moesten rondkomen van enkele tientjes per week betekende dit in veel gevallen een meer dan verdubbeling van het besteedbaar inkomen. Met dat geld mochten de deelnemers doen wat ze zelf wilden. Behalve de begeleiding die de cliënten al van de GGZ ontvingen werd er door zorgverleners verder niet geïntervenieerd of gestuurd. Alle deelnemers waren in het verleden wel eens in aanraking gekomen met politie of justitie en een voorwaarde voor de extra inkomsten was dat deelnemers niet in de gevangenis mochten belanden. De pilot kan worden gezien als een experiment met het basisinkomen. Het basisinkomen, in dit geval gedeeltelijk, is een onvoorwaardelijk inkomen dat de overheid geeft aan inwoners. Daarmee worden de inwoners voorzien in hun bestaanszekerheid. Het vervangt andere vormen van bijstand, omdat daar in principe dan geen noodzaak meer voor is.

Politieke kentering
Alexander de Roo, voormalig Europarlementariër, voorzitter van Vereniging Basisinkomen en tevens medeoprichter van GroenLinks, houdt zich al decennia bezig met dit soort experimenten. Ze komen volgens hem steeds vaker voor: “Landelijk is er een kentering gaande. Vijf jaar geleden probeerde een wethouder in Zeeland ook een dergelijk experiment op te zetten. Dat leverde veel aandacht op van politiek Den Haag. Eigenlijk zeiden ze dat het niet mocht, een gemeente die inkomenspolitiek voert. De gemeenteraad heeft toen tegen gestemd.” De Roo herinnert zich ook nog een experiment van de gemeente Eindhoven, waar zwerfjongeren maandelijks €1.050,- zouden ontvangen. Ook daar was er weer sprake van inmenging door het kabinet en kwam de belastingdienst om de hoek kijken: “Die zeiden dat het een schenking was en vroegen de gemeente achteraf om heel veel geld.”

Alexander de Roo (Aangeleverde foto).

“Eigenlijk is het pas Kabinet Rutte vier geweest dat heeft gezegd dat gemeenten met dit soort experimenten aan de gang mogen gaan.” Dat had eerder kunnen gebeuren, als GroenLinks bij de kabinetsformatie in 2017 lid van de coalitie was geworden: “We hadden voor elkaar dat in het coalitieakkoord zou komen te staan dat gemeenten vrij zijn om te experimenteren met het basisinkomen, maar toen GroenLinks wegliep uit de formatie werd dat geschrapt.” De resultaten van de experimenten zijn volgens De Roo veelal positief: “De jongeren in Eindhoven kwamen weer op de rit en volgens mij wordt in Den Helder ook bevestigd dat zulke vormen van basisinkomen zorgen voor zelfredzaamheid. Daarnaast blijkt uit alle bevindingen dat deelnemers meer zelfvertrouwen krijgen en dat ook het vertrouwen in de overheid groeit.”

Bij de genoemde experimenten gaat het vooral om ondersteuning aan kwetsbare groepen. Het basisinkomen waar De Roo aan refereert is universeel, voor iedereen. Daarover bestaat volgens de voormalig Europarlementariër nog een groot taboe, al zijn zelfs experimenten voor kwetsbare personen nog omstreden. De Helderse CDA fractie noemde de pilot met forensische GGZ patiënten bijvoorbeeld ‘het belonen van mensen die slecht gedrag vertonen’. “Je merkt dat politici het woord basisinkomen nog niet echt durven te noemen. Er zijn wel steeds meer initiatieven die er op lijken, zoals het gratis bijverdienen naast de bijstandsuitkering, maar die krijgen dan niet de naam basisinkomen. Ook zijn er geluiden die oproepen om de belastingkortingen gewoon uit te keren of om een negatieve inkomensbelasting in te voeren. Steeds meer partijen zijn daar wel voor. De FNV heeft inmiddels ook een positieve grondhouding.”

Mislukt systeem van toeslagen en inkomen
Volgens De Roo is het basisinkomen inmiddels geen utopie of mooi idee meer, maar een keiharde noodzakelijkheid: “Vroeger had je één kostwinner. Nu werken vaak beide partners en komen ze nog steeds niet rond. Steeds meer mensen zitten in een kwetsbare positie: We hebben inmiddels een miljoen zzp’ers, twee miljoen flexwerkers en een miljoen mensen met een uitkering. Aan de andere kant is er een complex web van toeslagen en kortingen ontstaan. Het is te ingewikkeld, mensen snappen het niet meer.” Wethouder Pieter Kos noemde de Nederlandse kakofonie van toeslagen en inkomensbelastingen in de commissievergadering over het GGZ experiment een “totaal falend systeem”. De Roo is het daar mee eens: “We staan samen met Zweden bovenaan wat betreft uitkeringen en sociale zekerheid, maar 150 jaar sociale geschiedenis heeft ook geleid tot gestapelde wetten die elkaar in de weg zitten. De sociale- en fiscale wereld moeten opnieuw op elkaar afgestemd worden.

“Kleinschalige experimenten zoals die in Den Helder kunnen bijdragen aan het wegnemen van misvattingen, zoals dat mensen met een basisinkomen niks meer gaan doen met hun leven. Mensen met een basisinkomen worden wel kritischer over hun werkgever. De verplichting om te werken die mensen nu hebben om zichzelf maar te verzekeren van een bestaan zorgt ervoor dat slechte werkomstandigheden en slechte baantjes in stand gehouden worden.” Uit andere onderzoeken blijkt dat een basisinkomen ook voor meer echtscheidingen zorgt: “Het stelt veelal vrouwen in staat om een sterkere positie in te nemen. De afhankelijkheidsverhouding is weg. Hetzelfde geldt voor de verhouding tussen werknemers en werkgevers.” Om echt verandering teweeg te brengen en de invoering van een basisinkomen te stimuleren moeten gemeenten volgens De Roo de handen ineen slaan: “Pieter Kos kan in Den Helder veel organiseren, maar om landelijk iets te doen zal de VNG aan het Rijk moeten vragen of er meer ruimte kan komen voor dit soort initiatieven.”

Baten en lasten
Politiek filosofe Josette Daemen, promovendus aan de Universiteit Leiden, kijkt met een andere blik naar experimenten zoals in Den Helder. Zo schreef zij een essay met de vrij vertaalde titel: ‘Hoe kun je experimenten met het basisinkomen rechtvaardigen?’ Het bijna onvoorwaardelijk positieve oordeel van De Roo heeft zij niet. Volgens Daemen moet er namelijk gekeken worden naar de kosten- en de baten: “Aan de ene kant zorg je met een dergelijk experiment voor een interventie die de rechtvaardigheid ten goede komt. Het basisinkomen maakt de samenleving namelijk mogelijk rechtvaardiger, omdat je mensen compenseert voor de ongelijke startpositie. Daarnaast zorgt het voor bestaanszekerheid, in het bijzonder voor mensen die niet mee kunnen draaien op de reguliere arbeidsmarkt. Tot slot zorg je met het basisinkomen dat mensen zich gelijk tot elkaar verhouden. De mogelijkheid tot uitbuiting wordt een stuk kleiner en mensen kunnen zich ontworstelen uit ongelijke relaties.”

Toch hebben kleinschalige experimenten volgens Daemen ook een andere kant: “Zo’n experiment zorgt er ook voor dat er een groep mensen is die gratis geld krijgt en dat er andere mensen zijn die dat niet krijgen. Daar zit inherent een oneerlijkheid in. Daarnaast raken mensen gewend aan de extra inkomsten en vallen zij nadat het experiment is afgerond weer terug naar hun oude niveau. Dat kan voor allerlei problemen zorgen.” Volgens Daemen is het belangrijk dat onderzoekers die aan de slag gaan met het basisinkomen de nadelige effecten zoveel mogelijk beperken: “Je moet goed nadenken over de lengte van het experiment en de hoogte van het extra inkomen. Het moet voldoende zijn om daadwerkelijk verandering te laten plaatsvinden. Daarnaast heeft zelfselectie zowel voor- als nadelen.” Al met al zegt Daemen dat er zwaarwegende redenen moeten zijn om dit soort onderzoeken uit te voeren.

Josette Daemen (Foto: Annemiek Kool).

Wat vertelt het experiment over de werkelijkheid?
De promovendus juicht dit soort experimenten toe, maar heeft haar vraagtekens bij de bruikbaarheid van dit specifieke onderzoek als basisinkomenexperiment. Hoewel De Roo van mening is dat experimenten met kwetsbare groepen inzichten kunnen bieden die mogelijk een universeel basisinkomen rechtvaardiger denk Daemen daar anders over: “Het is een nuttig experiment voor het testen van manieren om rehabilitatie te bevorderen, maar het gaat in weze niet over het basisinkomen. Volgens de gangbare definitie is dat namelijk onvoorwaardelijk en niet voor één groep, in dit geval mensen met een GGZ indicatie die ooit in aanraking zijn geweest met justitie. Daarnaast gaat het feit dat de onderzoekers als eis stelden dat de deelnemers niet in de gevangenis mochten komen ook in tegen dit idee van onvoorwaardelijkheid.” Als laatste is Daemen kritisch over het feit dat er geen zicht is op het vervolgtraject. Dit werd in reacties op het onderzoek door de lokale politici ook meerdere keren naar voren gebracht. Volgens Daemen zou duidelijk moeten zijn wat met er met het onderzoek bereikt dient te worden en hoe dit bijdraagt aan een grotere doelstelling.

“Op basis van de resultaten kun je niet vaststellen welke verandering het basisinkomen in de maatschappij teweeg zou brengen. Daarvoor zou je op het niveau van een samenleving onderzoek moeten doen. Wanneer je een relatief afgesloten systeem neemt, een eilandstaat of iets dergelijks, kun je kijken hoe mensen zich gaan gedragen wanneer ze de beschikking hebben over een basisinkomen.” Een vaak gehoord argument tegen het basisinkomen is dat mensen niet meer zouden willen gaan werken. Het effect op de arbeidsmarktparticipatie kan op basis van het experiment in Den Helder ook niet worden vastgesteld. De GGZ cliënten werkten al niet en waren door de extra inkomsten ook niet meer geneigd om te gaan werken. Dat kan volgens de onderzoekers, maar ook volgens De Roo en Daemen, niet worden ingebracht als tegenargument: “Het basisinkomen gaat niet in de eerste plaats om werk of de arbeidsmarkt. Het gaat om het bieden van bestaanszekerheid”, aldus Daemen. “Het kan juist een uitkomst bieden voor de mensen die niet in staat zijn om in de huidige samenleving mee te komen.”

Toon meer

Stijn Vos

Stijn Vos is werkzaam als politiek verslaggever bij Regio Noordkop. E-mail: stijn@regionoordkop.nl

Wellicht ook interessant

Back to top button