Den HelderPolitiek

Discussie over gemeentelijke reserves, Behoorlijk Bestuur lijnrecht tegenover college

Den Helder – Volgens Behoorlijk Bestuur heeft het Helderse college de afgelopen vier jaar gezorgd voor een halvering van de gemeentelijke reserves. Dat is een misverstand volgens wethouder financiën Kees Visser: De partij noemt onterecht de bestemmingsreserves, gereserveerd voor het opvangen van specifieke risico’s, in één adem met de algemene reserve. Deze algemene reserve is de afgelopen vier jaar juist stabiel gebleven.

Een analyse van de jaarstukken van 2018 laat zien dat de algemene reserve aan het einde van dat jaar €20.575.000,- bedroeg. In de meest recente jaarrekening is dat €18.555.994,-. Een verschil van twee miljoen. Toch stelde Behoorlijk Bestuur raadslid Sjoerd Oudijk tijdens de commissievergadering Bestuur en Middelen op donderdagavond dat er in de afgelopen bestuursperiode meer dan 16 miljoen euro aan “spaargeld” is opgegaan: “Dit demissionair college heeft onze spaarpot omgekeerd en leeggeschud. Van de 36 miljoen euro waar ze mee begonnen is nog maar 19 miljoen euro over.”

Bestemmingsreserves
De 36 miljoen waar Oudijk aan refereert is de omvang van het totaal aan reserves eind 2018. Naast de algemene reserve heeft de gemeente namelijk nog een aantal potjes: De bestemmingsreserves. Hierin zitten middelen die, zoals de naam al verraadt, door de gemeenteraad reeds bestemd zijn voor een bepaald doel. Eind 2018 had de gemeente bijvoorbeeld nog een bedrag van 9 miljoen euro klaarliggen voor tegenvallers binnen het sociaal domein, een restant van de middelen die Den Helder van het Rijk kreeg toen in 2015 de uitvoering van de taken binnen dit domein werden overgedragen aan de decentrale overheid. In totaal waren er bestemmingsreserves voor een bedrag van 12 miljoen en nog een stille reserve van 2,5 miljoen: Dat zijn activa die indien gewenst direct verkocht kunnen worden maar die niet, of voor een lager bedrag op de balans staan.

In de jaarrekening over 2021 en die van de jaren daarvoor is te zien dat vrijwel alle bestemmingsreserves zijn opgegaan. Er zijn nog een paar kleine potjes over, onder andere voor monumenten, evenementen en de vernieuwing van De Schooten. In totaal gaat het nog om een bedrag van €1.017.262,-. Er is geen sprake meer van stille reserves. Zo blijft er totaal in de reserve een bedrag van €19.593.257,- over. Vanaf de 36 miljoen in 2018 is dat inderdaad een afname van 16 miljoen euro, maar volgens wethouder Visser gaat het hier niet om spaargeld van de gemeente zoals Oudijk doet lijken: “Een bestemmingsreserve is in het leven geroepen om specifieke investeringen te doen. Die kunnen dus nooit op een andere manier besteed worden.”

Weerstandsvermogen
Toch hebben deze reserves, ondanks dat ze reeds een bestemming hebben, ook invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente; de mate waarin zij in staat is risico’s op te vangen. Pas als er echt contracten zijn getekend voor de besteding van die middelen kunnen ze niet meer als reserve worden bekeken. Tot die tijd is het namelijk in theorie nog mogelijk dat de raad de bestemming van een reserve wijzigt. De afname van de bestemmingsreserves van 12 miljoen tot 1 miljoen heeft daarom wel degelijk invloed op het weerstandsvermogen. Alles in acht genomen is dit de afgelopen vier jaar gedaald van 1,7 naar 1,4. Daarmee blijft het nog net aan ‘ruim voldoende’, volgens het oordeel van de provincie. Vóór het aantreden van het huidige college was dit getal lager: 1,27 in 2017.

Hoewel Behoorlijk Bestuur dus terecht constateert dat het weerstandsvermogen de afgelopen vier jaar is gedaald, is dit volgens Visser geen enkele reden tot zorg. Sterker nog, Visser noemt de opmerkingen van Oudijk zorgelijk: “U schetst een verkeerd beeld en suggereert dingen die feitelijk onjuist zijn. Onze risico’s zijn gedaald en de algemene reserve is gelijk gebleven. We hebben geïnvesteerd met onze bestemmingsreserves waardoor we juist een gunstige weerstandsratio hebben.” De ingeschatte risico’s zijn inderdaad gedaald: Van €21.293.280,- in 2018 tot €14.345.463,- in 2021. Oudijk stelde daarop dat de wethouder het niet wilde begrijpen: “We zien simpelweg dat onze reserves omlaag gaan en dat zijn onze spaargelden.”

Leningen
De reden dat het weerstandsvermogen van de gemeente nog positief blijft is omdat het college volgens Oudijk veel geld leent. Volgens de portefeuillehouder blijft ook de netto schuldquote ruim binnen de gezonde marges. Het jaarlijkse onderzoek van BDO naar de financiële positie van gemeenten laat zien dat de hoeveelheid schulden van Den Helder ten opzichte van het eigen vermogen onder het landelijk gemiddelde en binnen de categorie ‘minst risicovol’ blijft.

VVD’er Rogier Bruin en GroenLinks commissielid Richard de Graaf vielen de wethouder bij: Zolang deze kerngetallen binnen de door de eigen raad vastgestelde marges blijven is er geen reden tot zorg. Leningen kunnen dan juist gebruikt worden om dingen te realiseren voor de inwoners, zei de Graaf. Bruin was niet te spreken over de inbreng van Behoorlijk Bestuur. Volgens hem beslist de raad over alle uitgaven die in de jaarrekening staan en is het document slechts een weergave van de behaalde resultaten: “Dat hier wordt gedaan alsof het college allemaal onoorbare dingen doet, daar moeten we mee stoppen.”

Toon meer

Stijn Vos

Stijn Vos is werkzaam als politiek verslaggever bij Regio Noordkop. E-mail: stijn@regionoordkop.nl

Wellicht ook interessant

Back to top button